3. jun, 2017

Alles heeft zijn plaats

In het gehele universum heeft alles zijn ‘rechtmatige plaats’. Planeten en sterren geven gehoor aan de ‘Goddelijke Ordening’. Zo hoort ook de mens zijn/haar rechtmatige plaats in te nemen wil hij/zij zich volledig kunnen overgeven aan zijn/haar taak in het ‘Geheel’. Deze taak is het ‘Eigen Goddelijke Leven’ te leven en niet het leven te leven, dat door anderen opgedragen is.

Herinnering

Het wéten én kennen van deze ‘rechtmatige plaats’ is opgeslagen in de herinnering van ieder mens. Hoe verder men afwijkt van deze ‘Goddelijke Herinnering’, hoe verder men zich verwijderd van het ‘Ware Zijn’.

Herinnering opeisen

Men ‘moet’ deze herinnering als zijn/haar rechtmatige erfdeel ‘opeisen’ om er gehoor aan te kunnen geven. Men kan vragen aan het ‘Goddelijke’ om deze herinnering duidelijk in het ‘eigen denken’ naar voor te laten komen. Vraag niet als een bedelaar maar ‘eis het op’ als een zelfbewust persoon. Bedelen hoort ‘niet’ thuis in een ‘Goddelijke Beleving’.

Onze eigen beleving in het opeisen

Het is in de beleving van het opeisen van deze herinnering dat wij er zelf achter gekomen zijn dat niet alles wat men ‘meent’ te weten strookt met het ‘Goddelijke Plan’. In het samenkomen (als tweelingziel) stelden wij ons volledig ten dienste van het ‘Goddelijke’. Toch hielden wij ons nog jaren lang vast aan het ‘idee’ dat wij anderen persoonlijk moesten ondersteunen.

Alles wees er op dat het ‘niet’ de bedoeling was om gelijk welke hulp te bieden. Wij hebben er heel veel gesprekken over gehad en hebben altijd gewikt en gewogen om er achter te komen of het wel juist was. Hierdoor zijn wij er niet toe gekomen om maar iets op het alternatieve gebied aan te bieden.

De gedachte dienstbaar te zijn aan het ‘Goddelijke Geheel’ bleef ons bezig houden. Wij blijven dit nog steeds onderzoeken en filosoferen over het leven. Op dit moment nemen wij onze plaats in, in het ‘Goddelijke Geheel’ door ons ‘Eigen Leven’ te leven en informatie te delen.

Ieder voor zichzelf

De ‘rechtmatige positie’ kan nooit ingenomen worden als men zich richt op het dualiteitsbewustzijn. Men moet zich volledig op ‘Zich-Zelf’ richten, dat alleen maar te vinden is in het Ego. Het is enkel in dit Ego dat men zich bewust kan worden van de plaats die men ‘hoort’ in te nemen.

Het concept leraar-leerling gaat voorbij aan het ‘Goddelijke Plan’. Dit concept is volledig werkzaam in het dualiteitsbewustzijn. Het splits op, in nemen en geven. De leraar is de wetende en de leerling de onwetende. Op deze manier heeft men een bedelaar en een weldoener en komt geen van hen op de ‘Eigen Rechtmatige Plaats’.

De leraar denkt altijd alleen voor anderen en vergeet de eigen spirituele groei. Door het steeds maar weer herhalen van de lessen die hij/zij geeft, blijft er geen tijd over om zelf te evolueren. De leerling denkt niet voor zichzelf en neemt gewoon aan wat alle leraren naar voor brengen, waardoor hij/zij niet loskomt van een onderdanige positie.

In het concept leraar-leerling wordt de positie steeds gewisseld, waardoor men rondjes blijft draaien en niet voorbij het weten van de ‘zogezegde slimste mens’ geraakt. Men blijft steken in het ‘beperkte denken’ en komt niet toe aan het ‘Hogere Bewustzijn’ dat binnen in zichzelf aanwezig is.

In het eenheidsbewustzijn zijn geen leraars-leerlingen, er zijn alleen maar wetende.

Liefdevolle groet,

Eddy en Rita