13. mrt, 2019

Labels, etiketjes, hokjes, …

Zelf zijn wij niet van het hokjes-denken. Toch is het noodzakelijk dat men iets benoemd om er over te kunnen praten. Iets benoemen is gewoon taalkundig. Hoe men het ervaart heeft te maken met het eigen gevoel dat men er in legt.

Tegenwoordig probeert men alles onder één noemer te plaatsen. Een Belg is geen Belg meer. Een Nederlander geen Nederlander meer. Een Duitser geen … We zijn allen Europeanen, op zich vinden wij dat wel een goed idee. Laten we gewoon allen wereldburgers zijn. Geen onderscheid meer tussen nationaliteiten, rassen, culturen, enz… Eén mensensoep, dan kan men gelijk waar gaan wonen en gelijk waar aan een inkomen geraken.

Een goed idee! Zullen we onze nationaliteit dan maar van onze ID kaarten krassen? Ho maar, dat kan niet zomaar want dat is strafbaar. Landen waar men bepaalde nationaliteiten weert willen toch wel weten van waar je bent. Zodat ze je onverwijld kunnen terug sturen.

Eénheidsdenken

Dit is maar één voorbeeld waar het éénheidsdenken finaal in verloren gaat. We leven in een duale wereld waarin men steeds het één tegen het ander afweegt. Dat doet men om tot begrip te komen van iets dat totaal onbekend is. Als het onderwerp gekend is, heeft het geen enkel belang meer om het onder te brengen onder een bepaalde noemer.

Met bekend bedoelen wij dan ook dat er geen enkele tegengoesting is naar het onderwerp toe. Men heeft dan een volledig inzicht in het onderwerp zelf.

Tweelingziel, zielenmaat, Zielenfamilie

Als tweelingziel die zich bewust is van het eigen tweelingzielschap zijn wij zelf niets met het benoemen van ons tweelingzielschap. We leven het, waarom zouden wij het moeten benoemen? Wij doen dit wel naar de buitenwereld toe.

Het tweelingzielschap is door de vele disharmonische verhalen tot één grote hoop ellende gereduceerd. Velen die menen hun tweelingziel ontmoet te hebben, gebruiken de ellendige ervaringen om aan te duiden dat ze een tweelingziel zijn.

Om een tegengewicht te vormen ‘moeten’ wij wel duidelijk maken dat wij het weldegelijk hebben over ‘tweelingzielschap’ en niet over een relatie waarin ellende als een bewijs of zelfs een noodzaak in het tweelingzielschap gezien wordt.

Eddy en Rita